Ik leef in een diepe grot.

Waar een warm vuur brandt.

De natuur is rondom mij

Ik leef met de seizoenen

met de zon en de maan.

Mijn seksualiteit is verbonden met de aarde, met moeder aarde.

Die draag ik diep in mij. Als een vuur.

Ik ben wild en ongetemd.

Schreeuw, krijs, kreun, roep, zing

fluister

Dans met de wildheid van de golven.

Adem mee met het ruisen van de wind.

Ik zie de schoonheid van de zon op de gele blaadjes

het knisperen van de sneeuw onder mijn voeten.

Ik heb de wijsheid van de eeuwen in me.

De wijsheid van de seizoenen

van de sterren en de maan.

Ik leef met mijn zintuigen open.

Volg mijn hart

en ga behoedzaam en vrij door de natuur.

Ik ren en spring

over bosjes, door kuilen

om op een heuvel uit te komen, met

het bulderen van de zee

onder me.

Ik schreeuw het uit van het verlangen naar zo’n leven.

Het doet onmenselijk pijn in mijn hart dat het niet zo is.

Ik wil m’n neus steken in het gras en de geur opsnuiven.

Ik wil hard roepen en gillen en krijsen.

Het doet zo’n pijn aan m’n hart.

Wat doe ik hier?

Waar ben ik?

Waarom ben ik hier?

Ik wil die wildheid mogen beleven.

Vuil mogen zijn en tegelijk prachtig.

Liggen naast een dier.

Vrijend met iemand die net zo wild is als ik.

 

De wijsheid van de eeuwen draag ik in me.

Natuurlijk.

Die draagt iedereen in zich.

Als zij maar goed genoeg luistert

naar zichzelf, de natuur.

De wijsheid van leven en dood

van verval en heropstanding.

De wijsheid van ontkiemen

van open komen.

Van bloeien en terug afsterven

en composteren.

Iedere stap is noodzakelijk.

En ik draag die in me

steeds opnieuw.

Ik ben wild

En vrouw en niet te temmen.

Ik ben Heleen

Advertisements