Mooie man, daar ben je dan.

Ik heb je zo lang niet gezien.

Er was geen plaats voor jou in mijn huis.

Ik had de deur op slot gedaan, uit angst.

Kom binnen, in m’n huis.
Laat je zien.

Ik ben hier naast jou.

Ik woon hier al een tijdje. Maar ik kon mezelf niet zien.

Het was alsof ik sloop tussen de muren.

Alsof ik er zelf niet was.

Nu ben ik er wel, met heel m’n lichaam.

En ook m’n ideeën en gevoelens mogen er zijn.

Mijn huis is tot thuis gemaakt.

Er bloeien geurrijke bloemen.

De mat is dik.

Het vuur gloeit zacht.

Neem plaats naast mij.

Hier ben ik dan.

Advertisements